Met richtlijnen juist wel het goede doen


Een blog van Flip Dronkers (Bestuurslid van het Nederlands Instituut van Psychologen (sector Jeugd). Manager richtlijnenprogramma jeugdzorg)

In de afgelopen jaren is hard gewerkt aan veertien richtlijnen voor jeugdhulp en jeugdbescherming. Sommigen beweren anders, maar de richtlijnen leveren wel degelijk een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de jeugdhulp.Negen richtlijnen zijn inmiddels gepubliceerd, de rest volgt in de komende maanden. Met de richtlijnen brengen we veel state of the art-kennis bijeen over een groot aantal onderwerpen. En we ontsluiten deze op handzame wijze voor professionals en cliënten.

Zaak van professionals
De richtlijnen zijn standaarden van professionals zelf, die daarmee borg staan voor een goede kwaliteit van hun beroepsuitoefening. Dat is een belangrijk gegeven: kwaliteit van hulpverlening is in de eerste plaats een zaak van professionals zelf. Zij horen zich hierover direct te kunnen verantwoorden tegenover hun cliënten en in het onverhoopte en uiterste geval bij de tuchtrechter. Het maakt het vakgebied van de jeugdhulpverlening volwassen en autonoom. En dat is nodig.

Bureaucratische gehechtheid
Nog maar enkele jaren geleden kwamen Evelien Tonkens en haar onderzoeksgroep bij de Hogeschool van Amsterdam tot de conclusie dat er onder jeugdhulpverleners een sterke “bureaucratische gehechtheid” was gegroeid. Jeugdhulpverleners waren door de jaren heen gaan houden van alle beheers-regeltjes van de eigen organisatie en de wetgever. Ze verantwoordden zich meer naar hun organisatie over een goede naleving van deze regels, dan naar de cliënt of ze werkelijk het goede hadden gedaan. Professionele richtlijnen gaan juist over ‘het goede’ doen.

Samen met de cliënt
Door wie wil je je kind geholpen zien: door een hulpverlener die de kennis uit zijn standaarden betrekt, of door eentje die deze kennis opdiept uit zijn onderbuik?De richtlijnen vormen sterk onderbouwde, inhoudelijke aanbevelingen voor professionals, die deze meenemen in hun afwegingen. Dat doen zij, en daarover zijn de richtlijnen duidelijk, via een proces van gedeelde besluitvorming samen met hun cliënten. Er wordt dus niet met de richtlijn in de hand voor een cliënt gewogen en beslist, maar er wordt samen gewogen en de cliënt beslist uiteindelijk over de keuzes die voorliggen. Die manier van werken moet korte metten maken met het paternalisme in de zorg.

Ingrijpende beslissingen
Voorwaarde hiervoor is dat professionals, al tijdens hun opleiding, zich ten diepste bewust zijn van wat het betekent om beslissingen te nemen in de jeugdhulp en jeugdbescherming. Dat het daarbij gaat om soms snelle beslissingen die het leven van een ander voorgoed een wending kunnen geven. Die bijzondere verantwoordelijkheid maakt het zo belangrijk om samen met cliënten ‘state of the art’-kennis uit richtlijnen te hanteren, en uiteindelijk samen te beslissen.

Door wie wil je geholpen worden?
Waarom dit betoog? In JeugdenCo werd onlangs beweerd dat de richtlijnen gebaseerd zijn op oude kennis en dat ze erg voor de hand liggen. De redactie haalde ‘bronnen’ aan en ‘critici op het internet’. Maar deze gratuite beweringen werden niet geverifieerd, en dat is vervelend. Wij werken bij het richtlijnenprogramma samen met het veld hard aan beeldvorming die recht doet aan de belangrijke bijdrage van richtlijnen aan de kwaliteit van de jeugdhulp. En zeg nu zelf: door wie zou je je eigen kind liever geholpen willen zien? Door een hulpverlener die de kennis en aanbevelingen uit zijn standaarden betrekt? Of door eentje die deze kennis denkt op te diepen uit zijn onderbuik?