Beroepscode Jeugdzorgwerker behoeft geen aanpassingen bij verbreding jeugdzorg

De inhoud van de Beroepscode Jeugdzorgwerker voldoet volgens jeugdzorgwerkers en experts in het jeugddomein nog steeds aan de eisen, ook in deze tijden van transitie en transformatie in het sociale domein. Wel is het belangrijk dat de bekendheid van de inhoud van de code wordt verbeterd. Organisaties en leidinggevenden spelen daarbij een cruciale rol.

Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het evaluatieonderzoek van de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW) naar de in 2012 geïntroduceerde Beroepscode Jeugdzorgwerker. De verbeterpunten rond inhoud en gebruik van de beroepscode stonden centraal bij dit onderzoek. 36 organisaties die bij het professionaliseringstraject in de jeugdzorg zijn aangesloten, werkten mee aan deze evaluatie. 1915 jeugdzorgwerkers vulden de enquête in. De uitkomsten van deze enquête zijn vervolgens aan tien experts in het jeugddomein voorgelegd.

Inhoud van de beroepscode
De inhoud van de Beroepscode Jeugdzorgwerker is volgens de jeugdzorgwerkers die de code hebben gelezen niet voor verbetering vatbaar. Wel wordt opgemerkt dat ‘alles altijd beter kan’ – maar specifieke aanpassingen zijn volgens de gebruikers niet nodig. Ook niet in het licht van de verbreding van jeugdzorg naar jeugdhulp.
De experts zijn ook van mening dat de beroepscode zoals deze er nu ligt geen aanpassingen nodig heeft. Wel vragen zij aandacht voor de implicaties die de transitie met zich meebrengt; jeugdzorgwerkers komen terecht in een systeem waarin hiërarchische lijnen nog duidelijk bestaan. Deze ambtelijke cultuur kan de noodzakelijke transformatie van werknemer naar professional in de weg staan. Experts benoemen het houvast dat de beroepscode biedt bij deze transitie – het kunnen terugvallen op beroepskaders zou juist in deze nieuwe situatie van grote meerwaarde moeten zijn voor de professionals.

Bekendheid van de beroepscode
86% van de jeugdzorgwerkers is bekend met het feit dat er een beroepscode voor de jeugdzorg is. Uit de evaluatie blijkt wel dat de jeugdzorgwerkers die werkzaam zijn met cliënten (en die nu geregistreerd staan in het Kwaliteitsregister Jeugd / SKJ) beter op de hoogte moeten worden gebracht over de inhoud van hun code. Daarbij is de inzet vanuit organisatie en leidinggevenden cruciaal – hun stimulans is noodzakelijk om de beroepscode te agenderen in werkoverleg, casuïstiek bespreking en intervisie. Ook bij- en nascholing op dit onderwerp (onder meer verzorgd door de NVMW) is van belang en heeft een aantoonbaar effect: van diegene die trainingen volgen met als thema beroepsethiek, beroepscode en tuchtrecht is bijna 100% op de hoogte van inhoud, doel en mogelijkheden van de beroepscode in het dagelijks werk.